Een veiligheidscultuur ontstaat niet door een audit, een protocol of streng beleid. Het verschijnt ook niet plots, alsof een organisatie op een dag besluit om vanaf dat moment veiligheidsbewust te zijn. Volgens Bas Verijdt vraagt het om iets anders. ‘Het is een omvangrijke omslag.’
Het moment waarop iets kantelde
Voor Bas werd die verandering echt zichtbaar op de werkvloer. ‘Er zijn wel bepalende momenten geweest, dat monteurs gewoon hebben gezegd: hier ga ik niet verder. Ik wil eerst meer weten over hoe we dit veilig kunnen aanpakken voordat we aan de slag gaan.’ Die stappen tellen. Niet alleen omdat iemand een risico ziet, maar dat ook aankaart, collega’s beschermt. ‘Dat is belangrijk en echt waar we naartoe willen.’
Meldingen moeten zin hebben
Veiligheid verschuift zo van controle naar gedragen verantwoordelijkheid. Dat werkt alleen als mensen merken dat hun melding ertoe doet. Daar ziet Bas beweging. ‘Intern wordt er steeds beter op gereageerd. Daar de grootste stap van het afgelopen jaar: meldingen tellen en daardoor blijven mensen melden.’
Meldculturen stranden zelden op regels. Vaker zit het probleem in sociale drempels. Bas zegt het scherp: ‘Ik denk dat collega’s geen zeurpiet willen zijn. Dus: daar heb je hém weer.’ Zodra een melding niet tot irritatie of wegkijken leidt, maar tot serieus handelen en doorpakken, dan verandert de betekenis. Dan wordt melden een vorm van vakmanschap.
Veiligheid bouw je niet vanachter een bureau
Toen Bas het traject overnam, stond de organisatie nog aan het begin. Samen met een extern adviseur zette hij een kernteam op met monteurs, projectleiders en HR. Niet als formele structuur, maar als manier om de praktijk naar binnen te halen. ‘Ik vond het belangrijk dat de input niet zozeer vanuit mijn kant kwam, maar meer vanuit de organisatie. Alleen dan ontstaat draagvlak en voelen mensen zich gehoord.’ Die gedachte loopt door in de hele aanpak. Veiligheid niet op afstand organiseren. ‘Dat vraagt aanwezigheid op projecten, gesprekken met monteurs en kijken hoe mensen werkelijk werken. Observeren.’
Het valt vanzelf op zijn plek
Opvallend is ook dat Bas veiligheid niet als exclusief domein van QHSE neerzet. ‘Veiligheid is van heel Kersten Techniek. Samen met alle leveranciers en onderaannemers die erbij betrokken zijn. Dat gedeelde eigenaarschap zie je juist terug in alledaagse voorbeelden. Het bord op het parkeerterrein, met de regel dat iedereen achteruit inparkeert, leek eerst bijna een grap. Collega’s lachten erom, spraken elkaar erop aan en tikten lachend op het raam als iemand toch vooruit inparkeerde. Uiteindelijk werd het gewoon normaal. Langzaam creëert het bewustzijn: hey, we gaan gewoon achteruit inparkeren.’ Het maakt zichtbaar hoe cultuur werkt. Bas noemt het zelf ‘van die kleine dingetjes’, maar daarin schuilt de grotere beweging. Veiligheid groeit in de rituelen, de onderlinge reacties en de gedeelde gewoontes van een organisatie.
Wat spreadsheets niet laten zien
In de dagelijkse praktijk ziet Bas wat cijfers niet laten zien. ‘Hoe serieus een dagstart wordt genomen. Hoe mensen omgaan met onderaannemers, met rommel, met tijdsdruk.’ Hij kijkt liever naar de kwaliteit van inspecties en toolboxen dan naar aantallen. ‘Een formulier zegt zo weinig als het gesprek uitblijft.’ Wat volgens Bas ontbreekt in spreadsheets, is context. Of iemand echt scherp was. Of collega’s elkaar aanspraken. Of een situatie veilig leek, maar feitelijk op routine dreef.
Trots als motor
Als veiligheid en kwaliteit slimmer moeten, ligt de oplossing volgens Bas niet in meer systemen of beloningen. ‘Ik denk dat belonen beter werkt als je complimenten op de man af geeft. Zeker als die waardering komt van iemand die ertoe doet. Bijna iedereen krijgt er een goed gevoel van als een manager zegt: ‘joh, wat heb jij de zaak steengoed op orde’, zo verschuift veiligheid van controle naar trots.’
Veiligheid is een onderdeel van het werk. Of zoals Bas het zelf zegt: ‘het zou heel mooi zijn als een leerling-monteur, de directeur aanspreekt op de bouwplaats: ‘zeg, waarom draag jij je helm eigenlijk niet?’